Mijn meest gelezen

woensdag 5 februari 2014

Mijn leed dat ijspret heet

Bij de rayonhoofden giert de adrenaline alweer door het lijf want het Waterschap Friesland heeft het Draaiboek IJs van stal gehaald. De gemalen bij de sloten en vaarten zijn al stilgelegd en er is een vaarverbod ingesteld om de ijsvorming niet in de weg te zitten. Gisteren liet de Raad van Elf, bij monde van voorzitter Wiebe Wieling, weten dat De Tocht der Tochten mogelijk aanstaande zaterdag door zal gaan. Iedereen wacht met ingehouden adem op de verlossende woorden: 'It giet oan'. En dan barst de hel los. Dan is heel Nederland in de ban van de Elfstedentocht en van alles dat met schaatsen te maken heeft.


Ik hou van gezellige Anton Pieck-achtige plaatjes met die ouderwetse oer-Hollandse winterlandschappen. Maar schaatsen? Not my peace of cake. Als een beer aan een touwtje in het circus. Zo beweeg ik me voort over het ijs als ik me -tegen beter weten in- toch weer heb laten overhalen een keer mee te gaan schaatsen. Na elke tien meter krabbelen en wankelend glijden volgt een intermezzo van keihard vallen en weer heel moeizaam overeind krabbelen. Een mensonterend schouwspel.

Opgezadeld met zwakke enkels en gekweld door pijnlijke voeten is het me nooit gelukt goed te leren schaatsen, ongeacht met welke ijzers ik aantrad. Houten doorlopers, lage noren, hoge noren, hockeyschaatsen of zelfs klapschaatsen: het mocht allemaal niet baten. Eventjes snel een sierlijk doch imponerend bochtje maken behoorde helaas niet tot mijn vaardigheden. En tot overmaat van ramp kon ik ook het broodnodige remmen wel schudden. Tot groot vermaak van mijn medereizigers op het ijs. Elk wak in de verte -al was het maar een klein zwart stipje aan de horizon- werkte daardoor als een sterke magneet op mij. Eenmaal ter plaatse konden de anderen nog op tijd remmen of gingen pootje-over maar ik ging kopje-onder.

Het is overduidelijk dat ik niet voor de edele schaatssport in de wieg ben gelegd. Om dit leed enigszins te verzachten beperk ik mezelf tegenwoordig tot aanpalende indoor-activiteiten waarbij ook aan de inwendige mens wordt gedacht. Daarbij denk ik met name aan een langdurig verblijf in de naastgelegen horeca-uitspanning met vrij uitzicht over het ijs. Lekker bij de warme kachel aan de huisgemaakte erwtensoep met spek en worst, dan wel met een glas glühwein of Jägermeister is het uitstekend vertoeven. Vanzelfsprekend gezeten aan een tafeltje vlakbij het raam, zodat ik goed kan zien wat er buiten allemaal gebeurt.

Zelf schaatsen is één ding, maar naar schaatsen kijken is heel wat anders. Dat is pas ijspret!


zaterdag 18 mei 2013

Mijn fantastische ideeën

Veel bedrijven en instellingen stellen het op prijs als klanten of medewerkers met een goed idee komen om bijvoorbeeld de efficiency of klantvriendelijkheid te bevorderen. Bij voorkeur wil men zoveel mogelijk goede ideeën verzamelen en met de beste daarvan iets nuttigs doen. Als kers op de taart is er voor de beste inzender altijd wel een cadeaubon van Maison de Bonneterie ter waarde van 5 euro, een leuk muismatje of een stropdas met het oude bedrijfslogo beschikbaar. Tot nu toe klinkt het goed, toch?

De ervaring heeft helaas geleerd dat het in werkelijkheid totaal anders gaat. Veel van m¡jn goede ideeën worden achteloos, zonder dank of opgaaf van reden, terzijde gelegd. Alsof de duvel ermee speelt: niemand wil naar mij luisteren. Hier volgen een paar schrijnende voorbeelden uit de praktijk.

Vanwege de bezuinigingen bij de gemeente waar ik ooit werkte, moesten we de koffie -die voorheen altijd gratis was- zelf gaan betalen via inhouding op het salaris. Op vrijwillige basis, want je mocht natuurlijk ook een thermoskan van huis meenemen. Per kamer werd dagelijks een volle kan neergezet en we moesten onderling maar uitvechten wie koffie uit de kan kreeg. Dit ging ongeveer twee weken goed, tot ik bemerkte dat 'niet betalende' collega's stiekem meedronken als ik even weg was.



Mijn plan om de koffie weer gratis te maken en een toiletjuffrouw aan te stellen, om op die manier alsnog een eerlijke vergoeding voor het koffie-gebruik af te dwingen, verdween onderin een la om er nooit meer uit te komen. Ik was zwaar aangeslagen want naar mijn mening was dit het allerbeste idee sinds de uitvinding van het klosje garen. Als beloning kreeg ik een gebrouilleerde arbeidsrelatie met twee collega's.

Laatst ging het met Feyenoord erg slecht: niet alleen op het sportieve vlak maar ook financieel. De verkoop van seizoen-kaarten daalde tot een histerisch dieptepunt en er kwam geen hond meer kijken in De Kuip. Als je opbelde en informeerde hoe laat de wedstrijd begon, kwam geregeld de wedervraag "Hoe laat schikt het u?"



Enkel een paar van mijn adviezen zou de club uit het slop kunnen trekken. En ik heb verstand van voetbal want mijn naamgenoot met dubbel-s speelde nota bene bij Ajax! Om meer toeschouwers te trekken, adviseerde ik o.a. om voortaan een dameselftal op te stellen, om al tijdens de wedstrijd van shirtjes te wisselen en naakte grensrechters in te voeren. Het bleef doodstil aan de overkant. Behalve van de spelers, die tegenwoordig na een belangrijk doelpunt het shirtje over het hoofd trekken -en zo als een kip zonder kop blijven rondrennen- heb ik verder geen bijval gekregen.

Ook mijn suggestie om de naam van de brandweer te veranderen werd totaal genegeerd. Als er met grote letters WEER BRAND op een ladderwagen zichtbaar is, begrijpt men tenminste wat er aan de hand is! Nou vergeet het maar, want dat ging niet gebeuren. In plaats daarvan heeft men juist het tegenovergestelde gedaan: nu is de naam in spiegelschrift op de voorkant van de bluswagens gezet! Welke sterveling begrijpt het nu nog?

Ondanks alle tegenwerking stroomt mijn hoofd nog steeds over. Het voert te ver om alle ideeën die ik bij mijn huidige werkgever heb ingediend te noemen, maar ik wil wel gezegd hebben dat ik ruim twintig kaartjes heb opgestuurd. Zojuist had ik met mijn kamergenoot nog een discussie, want ook hier krijg ik nergens een reactie op. Daarbij vroegen wij ons af waar in godesnaam die ideeënbus in ons gebouw was opgesteld en gingen samen op zoek.


Toen we hem eindelijk hadden gevonden werd meteen alles duidelijk. Het is namelijk een simpel apparaat met een smalle gleuf, een stekker en een rode knop. Klaarblijkelijk zit er ook hier helemaal niemand te wachten op mijn fantastische ideeën.