Mijn meest gelezen

donderdag 15 september 2011

Mijn vliegangst overwonnen

"Je hoeft helemaal niet zo bang te zijn, er gaat toch immers altijd een piloot mee?" zeg ik altijd stoer tegen zo'n bangerik die voor de eerste keer in zijn leven gaat vliegen.

Voor alles is een eerste keer geweest, ook voor mijzelf. Opgejut door vrienden heb ik vanaf Zestienhoven een vluchtje van een half uur boven Rotterdam gemaakt. Als ik dit als kind zou hebben geweten, had ik nóóit piloot willen worden. Ik zat verstijfd in mijn stoel met het angstzweet in de handen. Uit het raampje kijken durfde ik niet. Dan maar staren naar het metersdiepe decolleté van de stewardess. Weer heelhuids beneden, maar nog met knikkende knieën en een groen aangelopen hoofd, kon ik toch zonder jokken opscheppen over het geweldige uitzicht.


De bedrijven die de volksziekte vliegangst commercieel willen uitbuiten schieten tegenwoordig als paddestoelen uit de grond en voor duizend euro helpen ze je er in twee dagen vanaf. Aan mij zullen ze lekker geen cent verdienen want het is bij mij gewoon vanzelf overgegaan. Maar ik vertik het nog steeds om uit het raampje te kijken. Ik heb er een goede gewoonte van gemaakt om - in het vliegtuig zittend - naar véél leukere dingen te kijken.

Over vliegen gesproken: als achter vliegen vliegen vliegen dan vliegen vliegen vliegen achterna. Dat gebeurde gisterenavond in de woonkamer. Het waren twee van die dikke, met zo'n blauw-groen metallic achterlijf. De hele avond irritant gezoem, gekriebel, vervelend geknisper en gebrom. Soms leek het over en was het héél even stil maar dan begon het verdorie weer! Compleet gek werden we ervan. Zodra ik opstond om ze met een opgerolde krant naar de andere wereld te meppen waren ze ineens weer verdwenen. Maar af en toe worden ook vliegen weleens moe, want eindelijk zat er eentje bewegingloos op tafel. "En nou maar hopen dat ie daar nog even blijft zitten" zei ik, "probeer jij hem aan de praat te houden."

Mensen zeggen over mij dat ik heel zachtmoedig ben; ik zou nog geen vlieg kwaad doen. Mooi niet, ik wilde dit loeder met een enorme klap de vliegenhemel in helpen. De grote truc is om niet te slaan in de richting van de vlieg, maar iets meer in de richting van waar hij naar toe zal vliegen. En raak! Marianne Thieme moet me geloven als ik zeg dat ie er niets van gevoeld heeft, zo snel ging het. En die andere vlieg is waarschijnlijk zó geschrokken dat ie spontaan het huis ontvlucht is en komt nooit meer terug.
En wie durft er nu nog te zeggen dat ik last heb van vliegangst?

zondag 4 september 2011

Mijn reis naar de bron

"Doe mij maar een spaatje rood", zeg ik steevast als het wegens autorijden even geen dubbel-biertje mag zijn. Je verwacht dan dat er bron- of mineraalwater met bubbels op tafel wordt gezet van het merk SPA, type rood. Ja, als je mazzel hebt. Zonder uitleg of verontschuldiging serveert men ook rustig een flesje Sourcy, Bar-le-Duc (*) of Albert Heijn huismerk in een glas. Kennelijk is -net zoals bij Maggi, Valium en Luxaflex - de merknaam ook de soortnaam geworden.

Afgelopen zomer waren we op vakantie in Evian-Les-Bains, ten noorden van de Franse Alpen aan het meer van Genève. Het is een badplaats met prachtige oude gebouwen, veelal appartementen en voormalige hotels die nog die ouderwetse grandeur uit de jaren '20 uitstralen. Wat dat betreft kan Evian zich als enige Franse plaats in de omgeving meten met stijlvolle Zwitserse overburen als Lausanne en Montreux. Rustig kuierend langs de boulevard ontdek je verschillende mooi aangelegde parken. Ook kun je er genieten van een ontspannend tochtje op één van de vele rondvaartboten die onderweg een adembenemend uitzicht bieden op de witte bergketens van de Alpen. 

Maar vooral is Evian al sinds jaar en dag bekend vanwege het bronwater dat daar al sinds 1789 wordt gewonnen afkomstig van de Sint Catherine-bron op het landgoed van ene meneer Cachat. Naar verluidt dronk Marquis de Lessert - geen idee wie dit was- regelmatig van dit water. Hij had namelijk nier- en leverkwalen en geloofde dat zijn gezondheid hierdoor zou verbeteren. Hierna begonnen lokale artsen het water voor te schrijven als remedie en ging meneer Cachat zijn water verkopen. In 1826 verleende de hertog van Savoye vergunning om het water commercieel te gaan bottelen. Tot zover de geschiedschrijving.

Alles in Evian-Les-Bains en de wijde omgeving ademt Evian bronwater. Bijna overal, op straathoeken en pleintjes, staan oude stenen waterpompen waar men zich kan opfrissen of de dorst lessen. Op het terras heeft het geen enkele zin om Spa rood of blauw te bestellen want dàt kennen ze hier niet; Evian is de soortnaam.

Op onze 'bucket list' stond daarom ook een bezoek aan de grote fabriek, die een dorp verderop in Amphion-Les-Bains is gevestigd. Daar wordt uitgelegd dat Evian inmiddels onderdeel is van de Groupe Danone en wordt verkocht in meer dan 130 landen. En dat er dagelijks vijf tot zes miljoen liter in flesjes de fabriek uit gaat. In 2003 was Evian het meest gedronken bronwater ter wereld. Al met al viel het bezoek echter tegen. De rondleiding was geheel franstalig en bleef beperkt tot een centrale presentatie-ruimte bovenin de fabriekshal. Van daaruit kon je door een ruit in de verte de flesjes door vulmachines zien schuifelen, die door mannen in witte pakken in de gaten werden gehouden. Verder weinig anders dan commercieel gedoe met balpennen, t-shirts en hebbedingetjes voor woekerprijzen. Beetje jammer.


Het is natuurlijk vele malen leuker om zelf eens het echte bronwater te tappen uit één van de authentieke bronnen in het centrum van Evian. Zoals de straatnaam 'Avenue des Sources' reeds doet vermoeden, zijn daar de waterbronnen te vinden. De tapkraan van de bron is aangebracht onder een stijlvolle ronde bogengalerij in een glooiend parkachtig deel van de stad met smalle straatjes. De auto in de nabijheid parkeren is een drama want het is er altijd druk; het pleintje bij de tapkraan staat vol met een lange rij mensen die netjes op hun beurt wachten om het heilige water te tappen.

Heilig of geneeskrachtig? Je zou het bijna geloven. Een oude man wist mij te vertellen dat sinds hij Evian bronwater dronk hij nooit meer ziek is geweest. Zou het dan toch ècht waar zijn? Is dit dan een pelgrimage geworden, een bedevaart naar de bron in de hoop door het drinken van dit geneeskrachtige water te worden genezen van een ernstige ziekte of zoiets?


Een nadere blik op de wachtenden geeft een iets ander beeld: de meesten dragen grote tassen of kratten afgeladen met lege plastic flessen bij zich. Is dit niet dezelfde rij die je ook in de supermarkt ziet, bij het fust, de retourette? Nee niet helemaal, er zitten namelijk opvallend veel flessen van het merk Evian tussen. Opeens wordt alles duidelijk. Eénmaal in de winkel een paar flessen Evian bronwater gekocht en daarna altijd voor een gratis refill naar de bron. Toch? Het lijken wel Hollanders, die Fransen!

Die rare plek op mijn onderbeen is er niet van weggegaan, maar toegegeven: het water smaakte heerlijk! En de komende tijd zal ik mij op het terras vast nog weleens verspreken. "Doe mij maar een Evian. Oh nee sorry, ik bedoelde een spaatje."

(*)Barbara, de zus van Christine